Het voorbereidend wetenschappelijk onderwijs (vwo) duurt zes jaar en is daarmee onze langste middelbare schoolopleiding. Het vwo bestaat uit atheneum en gymnasium. De opleiding is een vooropleiding voor het studeren aan een universiteit, maar er zijn ook vwo-leerlingen die kiezen voor een vervolgopleiding in het hbo.
Klas 1 en 2
Je leert vanaf klas 1 hoe je onderzoek moet doen. Bijvoorbeeld hoe je een goede onderzoeksvraag stelt. Maar ook hoe je informatie kunt vinden. En hoe je weet of je betrouwbare informatie hebt gevonden. Presenteren van de onderzoeken doe je naar elkaar of naar je ouders.
Het gymnasium start in klas 1 met de klassieke taal Latijn. Verder komen thema’s uit de Klassieken terug in projecten en vakken.
Klas 3
In het derde jaar wordt het keuzeproces gestart voor de pakketkeuze voor vwo 4, 5, 6: de zogenaamde Tweede Fase. Naast een aantal gemeenschappelijke vakken kun je kiezen uit vier profielen:
Wil je een gymnasiumdiploma, dan moet je minimaal één klassieke taal hebben opgenomen in je examenpakket.
Klas 4
In de vierde klas bestaat het gemeenschappelijk deel uit Nederlands, Engels, Godsdienst, Culturele en Kunstzinnige Vorming, Maatschappijleer, Lichamelijke oefening, Algemene Natuurwetenschappen en een keus uit Frans, Duits of een klassieke taal. In de vrije ruimte kies je minimaal nog één examenvak. Verder kies je met de profielen CM of EM uit Informatica of de Maatschappelijke stage. Voor leerlingen met een NG/NT-profiel is het ook mogelijk de module statistiek in je vakkenpakket op te nemen.
Bij de gymnasiumopleiding wordt het vak Culturele en Kunstzinnige Vorming ingewisseld voor Klassieke Culturele Vorming.
Vwo+
Voor leerlingen die meer aan kunnen dan het reguliere programma, is er vwo+.





