Elke klas heeft een vaste mentor. Deze persoon is de belangrijkste persoon op het gebied van de begeleiding. Bij de mentor kunnen leerlingen altijd aankloppen met vragen en problemen, ook als het iets betreft wat niet direct met school te maken heeft. Alles gebeurt natuurlijk in vertrouwen. De mentor begeleidt daarnaast de studie van zijn leerlingen en houdt de behaalde resultaten in het oog. De mentor brengt een huisbezoek in het eerste leerjaar. Leerlingen hebben in de eerste twee leerjaren meestal dezelfde mentor.
In het eerste leerjaar kijken we bij alle leerlingen naar de vaardigheden op het gebied van spelling, begrijpend lezen en rekenen. Als het nodig is kunnen leerlingen op die gebieden extra hulp krijgen. Ook voor de verschillende vakken is er extra ondersteuning mogelijk. Voor leerlingen die het lastig vinden om hun huiswerk op een goede manier te plannen is er ook extra hulp mogelijk. Ten slotte zijn er trainingen waarin leerlingen leren omgaan met faalangst of waarin ze werken aan hun sociale vaardigheden.
De schooldecaan helpt bij het kiezen van een vakkenpakket en bij het zoeken naar een mogelijke studie- en beroepsrichting en is dus vooral vanaf leerjaar 3 ’in beeld’. De decaan doet dit onder andere met voorlichtingslessen, voorlichtingsavonden en door nauw contact te onderhouden met de mentoren. Elk jaar heeft de decaan een gesprek met leerlingen uit de leerjaren 4 en hoger over hun pakket- en/of studiekeuze. Natuurlijk kunnen ouder(s)/ verzorger(s) altijd een afspraak maken met de decaan voor een gesprek. Omdat het soms erg moeilijk is een keuze te maken voor studie of beroep, werkt onze school samen met gerenommeerde psychologische bureaus. Op indicatie van het zorgteam (decaan, docent remedial teaching en counselor) kan via deze bureaus uitgebreid getest worden.
De counselor is een hulpverlener die begeleiding geeft aan leerlingen die in moeilijkheden zijn geraakt. De counselor werkt hierbij soms samen met externe deskundigen. Dit kan op verzoek van de leerling of op voorstel van de schoolleiding, mentor, docent, decaan of ouders. Het kan gaan om persoonlijke problemen, conflicten en leerproblemen.
Leerlingen en ouders met problemen waarover ze in vertrouwen met iemand willen spreken, kunnen contact opnemen met de vertrouwenspersonen. Leerlingen kunnen ook intern vanuit het zorgteam worden doorverwezen.
Wij hebben twee orthopedagogen die leerproblemen van leerlingen onderzoeken en handelingsplannen opstellen die worden uitgevoerd door remedial teacher, mentoren en docenten. Bovendien ondersteunen de orthopedagogen bij het uitvoeren van de handelingsplannen.
Voor leerlingen met een clusterindicatie is het mogelijk gebruik te maken van Individueel Passend Onderwijs in onze ‘Villa’ waar een leerlingbegeleider en orthopedagoog extra begeleiding geven bij de dagelijkse schoolpraktijk. Een leerling wordt via het zorgteam aangemeld voor deze extra ondersteuning.
Dit zijn docenten die gespecialiseerd zijn in het helpen van leerlingen met structurele leerproblemen, zoals dyslexie of dyscalculie. Daarnaast is het voor leerlingen met een indicatie mogelijk gebruik te maken van de Villa waar een leerlingbegeleider en orthopedagoog extra begeleiding geven in de dagelijkse schoolpraktijk.
Leerlingen met dyslexie of dyscalculie krijgen een pas waarop staat van welke ondersteuning ze gebruik mogen maken. Dit kan extra tijd zijn voor het maken van toetsen, het mondeling mogen toetsen, werken op een laptop, gebruik maken van het dyslexieprogramma Sprint Plus of een schoolboek in gesproken vorm ontvangen.
Wanneer er vermoeden is van dyslexie, dan kan er een diagnostisch onderzoek gedaan worden door orthopedagogisch-didactisch Centrum (OPDC) Het Lumeijn in Zwolle. Van ouders wordt voor een dergelijk onderzoek een bijdrage gevraagd van 75% van de werkelijke kosten. De rest van de kosten wordt door school vergoed.
De schoolarts en schoolverpleegkundige van de GGD laten alle leerlingen van klas 2 een vragenlijst invullen. Eventueel worden kinderen uitgenodigd voor vervolgonderzoek of gesprek. Ook ouders kunnen met vragen bij hen terecht. Ook is er een open jongerenspreekuur, waar leerlingen met vragen over hun gezondheid terecht kunnen.
Het komt ook voor dat jongeren sociaal-emotionele problemen hebben waarvan de oorsprong buiten school ligt. Deze problemen kunnen het functioneren op school belemmeren. Wanneer we hiervoor zelf te weinig expertise hebben, kunnen we ons laten ondersteunen door medewerkers van Bureau Jeugdzorg. Dit gebeurt in overleg met ouders en leerling. De medewerker van Bureau Jeugdzorg komt naar school toe zodat de leerling op school gesprekken kan voeren.
Heeft een leerling dusdanige gedrags- en motivatieproblemen, dat een normaal verloop van het onderwijsleerproces in gevaar komt? Dan vormt Rebound een nieuwe kans om een weg terug te vinden naar het onderwijs of naar werken en leren. Hier werken docenten, een orthopedagoge, jeugdhulpverlener en schoolmaatschappelijk werker nauw samen.
Op grond van de gegevens die wij vastleggen over de afwezigheid van leerlingen, maken wij ons wel eens zorgen over het ziekteverzuim van een aantal leerlingen. Het gaat dan om leerlingen die regelmatig enkele dagen of voor langere tijd ziek zijn. Het Ichthus College Kampen/IJsselmuiden is enkele jaren geleden een samenwerking aangegaan met de GGD IJsselland.
De afspraken met de afdeling Jeugd Gezondheid Zorg houden in dat ouder(s)/verzorger(s) die hun zoon/dochter in een schooljaar voor de vierde maal ziek melden, of leerlingen die langdurig (= meer dan twee weken aaneengesloten) ziek zijn, een uitnodiging krijgen voor een bezoek aan de jeugdarts. Datgene wat er met de jeugdarts wordt besproken is strikt vertrouwelijk. De jeugdarts geeft wel altijd - in overleg met de ouders en het kind - een advies aan de school over hoe verder te handelen.
We hopen dat deze samenwerking met de Jeugd Gezondheid Zorg ertoe zal leiden dat leerlingen sneller de juiste medische of andere zorg krijgen en daardoor ook korter van school hoeven te verzuimen.





